Borsten

Een goede titel trekt altijd de aandacht. Dat weet Danny Devriendt, Managing Director van IPG Dynamic, als de beste. Hij is immers een ‘die hard’ magazinefan. Lees zijn liefdesverhaal…

Ik word 50. Je hebt twee soorten mannen van 50. Mannen die hun eerste borsten zagen in Playboy, en mannen die hun eerste borsten zagen in National Geographic. Voor de jongeren onder ons: ik kom uit een tijd waar internet nog niet bestond.  Mijn Wikipedia woog een ton, bestond uit 27 delen (een per letter en een atlas) en troonde op de derde en vierde plankenrij van onze boekenkast. Ik heb er ooit uit een paar prentjes uit gecut en -paste  voor een spreekbeurt. Toen hadden we letterlijk een gat in onze opvoeding: op pagina 245. Op pagina 246 ook.

Maar ik dwaal af. Ik ging het over borsten hebben. Ik ben een NationalGeographicBloteBorsten-man. Magazine borsten, in stijlvol zwart wit, op glanzend papier. Ik was twaalf. Of dertien. Ik was blij voor de meisjes in mijn klas. Die hadden tenminste kleren aan. De meisjes en vrouwen in National Geographic hadden geen geld voor kleren. Of het was er te warm. In ieder geval was het voor hen ver stappen naar water. Sommigen hadden geen eten genoeg. Ze woonden in een hut, of een huis van karton en oud-ijzeren platen. De fotografen van National Geographic leerden me dat sterke vrouwen naakt konden dragen als een uniform, en dat waardigheid niets te maken had met de kleren om je lijf.

Ik werd voor het eerst echt verliefd in 1985. In juni. Ik was 16. Ze was vuil, groezelig. In tegenstelling tot Devin DeVasquez, (playmate juni 1985) had ze al haar kleren aan. Ik viel als een steen voor haar groene ogen, op de cover van National Geographic. Ik noemde haar “Het Afgaanse meisje”. Ik heb 17 jaar moeten wachten om te weten hoe ze heette: Sharbat Gula.

Cover National Geographic Afghanistan

Een venster op de wereld

National Geographic leerde me mensen en volkeren kennen, en dieren en hun habitat. Life Magazine gaf me een kijk op fotografie en storytelling. Time toonde me wat er in de wereld gebeurde, en Newsweek was het er nooit mee eens. Charlie Hebdo toonde me de kracht van een visie, en de dodelijkheid van een spotprent.  Sinds 1993 heb ik geen enkel issue van Wired gemist. Sinds 2000 kwam daar nog de New Yorker bij.

Magazines schetsten het wereldbeeld dat ik meedraag. Ze schaven het – week na week, maand na maand – nog altijd bij. Magazines lieten me reizen in mijn hoofd, en toonden me dat context, cultuur en duiding een zin aan dingen en mensen geven. Magazines toonden me het eerst de gebalde kracht van woord en beeld. Daar kiemde mijn passie voor het verhaal.

Virtueel maakt het niet minder echt

Ik hou nog altijd van de papieren magazines. Al ben ik ze ontrouw. Ik lees ze meestal op mijn tablet. Met evenveel aandacht als vroeger. Ze zijn een vaste afspraak. Een upgrade van mijn savoir. Ik voel me niet compleet vooraleer ik al die nieuwe kennis heb upgeload in mijn brein. In mijn hoofd staat alles netjes per maand, en per rubriek.

Ik geloof

Ik betrap er mezelf op dat ik, echte papenvreter, mijn magazines Bijbelse krachten toedicht. Ik citeer ze. Ik laat ze opdraven in mijn keynotes en mediapitches. Ik geloof ze. Wat in mijn magazines staat is echt.

Binnen 50 dagen wordt mijn dochtertje Tara drie. Ze krijgt van mij een abonnement op  Pomme d’Api. Dat wordt haar eerste magazine. Maar ze woont nu al in een burcht vol jaargangen. Ze stelt al de juiste vragen. Ze bladert nu al door een zee van kennis.

Morgen vertel ik haar over mijn eerste liefde. Het meisje met de groene ogen.

Danny Devriendt, Managing Director van IPG Dynamic

Lees ook andere meningen: