GQ voedt mannen op

Begonnen als vakblad, ‘geëindigd’ als stijlbijbel voor heel wat mannen. Samen met Esquire is GQ het oervoorbeeld van het mannenblad. Het voedt mannen op en dat misschien wat in tegenstelling tot die andere internationale kleppers Maxim en Playboy.

GQ

GQ

Apparel Arts. Onder die noemer werd GQ in 1931 in de Verenigde Staten opgericht. Niet als mannenblad, daarvoor was de tijd nog niet rijp. Apparel Arts was in eerste instantie een vakblad over de mode-industrie en richtte zich naar aankopers en retailers. Met de tips en trends uit het blad konden zij hun klanten beter bijstaan. In ‘57 werd het herdoopt tot een kwartaalblad wat is ’58 leidde tot de nieuwe naam: Gentlemen’s Quarterly ofte GQ.

In ’80 kwam het blad in de stal van Condé Nast terecht en begon het geleidelijkaan zijn veroveringstocht over de hele wereld. Intussen was GQ een maandblad geworden en was het inhoudelijk al grondig bijgestuurd: mode bleef centraal staan, maar lifestyle, cultuur, politiek, sport en seks kwamen het aanbod verruimen.

Naast de Verenigde Staten is GQ nog aanwezig in 21 landen. In een aantal daarvan vindt ook een van de paradepaardjes van het merk plaats: de verkiezing van Men of the Year. Het bezorgt GQ ook nu nog jaarlijks heel wat ‘free publicity’.

Een artikel over GQ is trouwens niet volledig als we het niet over de online initiatieven van het merk hebben. Die zijn immers talrijk. Website, Twitter, Facebook, Google+, Instagram, Pinterest, Tumblr, The Scene. You name it, GQ is er actief. Online spelen ze trouwens heel handig in op de buzz die er rond bepaalde celebrities heerst én hebben ze heel wat aandacht voor video, tot een aparte videowebsite toe. En met succes: de Facebookpagina telt meer dan 2 miljoen fans, de Twitterfeed bijna 1 miljoen volgers, iets meer dan er maandelijks exemplaren verkocht worden in de Verenigde Staten…