The Atlantic, pure journalistiek van over de plas

In de Verenigde Staten werd The Atlantic vorig jaar tot Magazine of the Year verkozen. In tegenstelling tot de andere titels in de strijd (zoals National Geographic en The New Yorker) is het bij ons niet meteen bekend aan deze kant van de plas. Ten onrechte.

(N.B.: op 30 maart 2017 kondigt The Atlantic hun Europese uitbreiding aan met hun eerste internationale kantoor in London)

De award is immers meer dan verdiend voor dit merk dat zijn motto ‘Of no party or clique’ (dat duidt op zijn onafhankelijkheid) al 160 jaar met trots draagt. Het zijn bovendien de leden van The American Society of Magazine Editors die hem uitreiken. Een beloning door de concullega’s. Iets waardevollers bestaat er niet. Vergelijk het met de verkiezing van Profvoetballer van het Jaar in de Belgische voetbalwereld.

The Atlantic homepage

The Atlantic kreeg de titel Magazine of the Year omwille van “zijn redactionele uitmuntendheid in print en op digitale platformen en voor de kwaliteit en consistentie van de content en services.” Het maandblad staat inderdaad garant voor topjournalistiek, met diepgaande analyses en onderzoeksreportages en dat over zowel politiek, wetenschap, technologie, gezondheid, ondernemen als cultuur. Zo was het meest gelezen artikel in 2015 er eentje getiteld ‘What ISIS really wants’.

Online gaat het merk door op zijn elan (het vernieuwde in 2016 zijn website) en pakt het sinds kort uit met een ‘Notes’-rubriek. Daarin is plaats voor vragen, opinies en debat, waardoor The Atlantic zijn rol als opiniemaker en -platform nog eens in de verf zet.

Van boeken tot koffiemokken

Net als heel wat andere Amerikaanse magazines staat The Atlantic ook ver in het uitbouwen van zijn merk. Print en online mogen dan de voornaamste media zijn, ook via events zet het zich op de kaart. In de VS  en daarbuiten organiseert het geregeld forums.

En dat het in 1857 werd opgericht door een groep schrijvers, is nog altijd voelbaar. The Atlantic publiceert immers met de regelmaat van de klok boeken over politieke en maatschappelijke hot topics. Boeken zijn trouwens niet het enige dat te vinden is in de e-shop. Ook gadgets – van t-shirt over muismatten tot koffiemokken – worden er aangeboden.

Tot slot is er nog submerk Citylab. Dat werd opgericht door de redactie en gaat op zoek naar innovatieve ideeën voor steden en buurten en oplossingen voor de problemen waarmee ze geconfronteerd worden. Kanalen zijn een eigen website en events, maar ook de steun aan documentaires over dit thema. Het beste bewijs om aan te geven dat The Atlantic een merk geworden is, niet?

Al 160 jaar lang versterken ze met al deze uitingen hun onafhankelijke status. Benieuwd hoe Trump over hen denkt…

Gerelateerde artikels: