The New Yorker, een van die iconische magazinetitels

Vaak gekopieerd, maar nooit geëvenaard. De unieke mix tussen serieux en satire maakt dat The New Yorker bijna 100 jaar na zijn oprichten nog steeds meer dan 1,2 miljoen lezers kan bekoren.

Een icoon. Een andere benaming is er niet voor het bijna honderdjarige The New Yorker (de eerste editie verscheen in 1925). Het Amerikaanse magazine staat voor reportages, recensies en commentaar, maar is waarschijnlijk het best bekend van zijn essays, fictie en cartoons.

Elke cover van het blad is met de hand getekend – en bevat geen tekst zodat ook dossiers en dergelijk niet aangekondigd worden – en ook binnen hebben tekeningen en cartoons de overhand op foto’s. Ze nemen bovendien een opmerkelijk beperktere plek in dan bij het doorsnee magazine. Duidelijk een statement tegenover de bijna allesoverheersende beeldcultuur.

Humor en meer

TheNewYorker3Toen het in 1925 werd opgericht, was het de bedoeling van stichter Harold Ross om een humoristisch magazine op de markt te brengen; eentje dat bovendien anders was dan de andere humoristische bladen uit die tijd.

Het werkte want de toon van het blad is er nog altijd een met een kwinkslag. Geleidelijk aan verbreedden ook de topics. Naast humor kwamen er ook serieuzere stukken én fictie. In de afgelopen decennia heeft het tijdschrift heel wat kortverhalen van bekende schrijvers als Vladimir Nabokov, Philip Roth en Roald Dahl gepubliceerd. Een aantal van die verhalen, slaagden er zelfs in om het grote scherm te veroveren. Denken we maar aan Brokeback Mountain of The Addams Family.

Meer dan 1,2 miljoen lezers

Het blijft straf dat The New Yorker met een bijna 100-jaar oud recept blijft scoren. Gemiddeld was het in 2016 goed voor meer dan 1,2 miljoen lezers. Die bevinden zich in New York, maar ook elders in de Verenigde Staten, al blijkt The New Yorker vooral in steden hoge toppen te scheren.

Tot slot vestigen we nog even de nadruk op de online activiteiten van The New Yorker. Want die zijn er wel degelijk. En ze zijn aangepast aan de eisen van het medium en zijn gebruikers. Online dus wel veel beelden – zelfs een aparte videorubriek met interviews en reportages. Het lijkt erop dat The New Yorker met zijn site een ander publiek wil aanspreken. Beduidend jonger in ieder geval dan de magazinelezer die gemiddeld 47 jaar oud is.

 

Zin in andere magazines in de kijker?